Veel bedrijven acteren momenteel in een staat van onzekerheid. Het laatste jaar, met de recessie als een permanent onzichtbare aanwezige in elke business conversatie, wordt het denken in radicale maatregelen weer opportuun. Want laten we eerlijk zijn, wie had verwacht dat Fortis en ABN-AMRO nu ineens ambtenaren zouden herbergen? Wie had verwacht dat de ene na de andere landsregering met protectionistische acties zou doorkomen, in een tempo waar menig bestuurder van een AEX-onderneming jaloers op zou zijn. Wie had verwacht dat sparen ineens weer ‘core business’ zou worden? Scenario’s die we niet voor mogelijk hielden tot voor een half jaar terug.
Hoewel: Wijffels verwoordde het op 4 oktober jl. heel treffend in dagblad Trouw. “De financiële crisis in de VS is niet alleen de eindstrijd van het harde Wall Street-kapitalisme, maar betekent ook het einde van de hele Amerikaanse manier van leven”. Wijffels, woonachtig in Washington, ziet dat de crisis hard is aangekomen bij mensen. Zij verliezen banen, huis en spaargeld. “Maar ik zeg ook niet: wat is dit een groot ongeluk.” De crisis heeft volgens hem ook voordelen. Zij kan de weg vrijmaken voor wat hij niet minder dan een ‘nieuwe cultuurfase’ voor de mensheid noemt. “Daar kijk ik zeer naar uit”, aldus de voormalige topman van de Rabobank.
We acteren derhalve niet meer in een tijdperk van verandering, maar we staan aan de vooravond van de verandering van tijdperk. En dat vraagt om een andere aanpak. Maar wat is dan die andere aanpak, hoe staan de CEO’s ‘in the business’. Nintes onderzocht afgelopen maand in samenwerking met MarketResponse de stemming in de bestuurskamer. 100 Topmannen en -vrouwen gaven hun mening en deelden hun ervaring. Algehele teneur: ‘het moest een keer fout gaan, we pakken ons verlies, we accepteren ander toezicht, maar we laten ons vooral niet uit het veld slaan’.
Besluiten in de organisatie komen in deze tijden echter nog niet echt op een andere manier tot stand volgens de bestuurders. Men probeert risico’s meer of vaker in te schatten, hier wordt ook meer tijd aan besteed (56%). Eén op drie (38%) zegt nog geen verschil te merken in de besluitvoering in de organisatie. Slechts 6% zegt naast rationele overwegingen nu ook waarden en normen mee te nemen in de besluitvorming.
In het voorjaar van 2007 verscheen een artikel in de pers dat de econometrische modellen, die verklaarden wat er zou gebeuren als een Amerikaans gezin niet meer in staat zou zijn de creditcard schuld in te lossen, niet meer adequaat werkten. In plaats van dat een Amerikaan zijn auto zou opgeven (hetgeen werd voorspeld) werd het huis aan de bank gelaten. Men zag dat de waarde van de woning niet meer boven de schuld uit zou komen, en liet het onroerend goed links liggen. De econometristen zijn sindsdien koortsachtig op zoek naar nieuwe rekenregels om het gapende gat te stelpen. Achteraf neemt iedereen de beste beslissing. Omgaan met de toekomst vergt nieuwe vormen van kijken naar de wereld om ons heen. Van contentdenken moeten we langzaam naar contextdenken. Het netwerkdenken zal een definitieve plaats innemen in het denken van veel organisaties: organisaties zien zich gesteld voor meerdere stakeholdersbelangen (werknemer, klant, publieke opinie, overheid, leveranciers) die allemaal een eigen aanpak vergen. De context als ecosysteem, daar ligt de uitdaging om succesvol en betekenisvol te excelleren. Dat slechts 6% van de bestuurders die waarden en normen elementen in beschouwing neemt moeten we maar als een positief zwak signaal zien …