Depri

Deze week werd ik gewaar van het bestaan van een depri test. U landgenoten aangeboden door CZ verzekeringen. Zowaar verraste het me dat de test ook echt depritest heet. Ik ben er aan begonnen en gaande weg voelde ik me steeds beroerder worden. Het begint al met de titel. Die misleidt al geweldig. Depri is volkstaal , depressie is weerkundigen, economen en dokterstaal. Waarom deze populaire aanhef? Om meer mensen bewust te maken van een fenomeen waar steeds meer Nederlanders last van zouden kunnen hebben, maar nu dankzij internet makkelijk meetbaar en zichtbaar wordt? Depri verwijst in de volkstaal naar een kortstondig moment van een dip of een dalletje.

De depri test die ik zelf maar eens ging invullen bouwt toe naar een fikse depressie tenminste als je alle vragen beantwoordt volgens de zwaarste gradatie. Maar daar zit ook de ellende: Inconsistentie is een begrip waar onderzoekers een hekel aan hebben, waar invullers geen biet om geven, en waar analisten op ‘schonen’. Word ik depri van teveel of juist te weinig slaap?

Bij de eerste 4 vragen raak ik in verwarring want ik val moeilijk in slaap ben vaak wakker waardoor ik te weinig slaap, maar juist teveel slapen kan ook leiden tot een depressie. Het zelfde geldt voor eten, het moet precies goed zijn, want teveel eten en te weinig eten, u raadt het al, is niet goed en kan u depri maken. Nobody is perfect dus op naar de volgende serie vragen. Die gaan over concentratie , interesse en bewegen. Rusteloos als ik ben, beweeg ik dus heel wat. En dat is weer goed. Niet alleen overdag maar ook snachts beweeg ik. Rusteloze benen had mijn moeder al, dus misschien ligt het wel aan mijn spat-aderen. Toch schrik ik het meest van de zelfmoord vraag. Hoewel mijn concentratie nog zo goed was dat ik deze vragenlijst kon invullen, gaven op de zelfmoordvraag maar liefst 3 van de 4 antwoordcategorieen aan of ik zelfmoordgedachten, neigingen of pogingen daartoe had of overwoog. Tja, dan ga je toch wel aan je zelf twijfelen. En daar gaat ook de zelfbeeldvraag over, dus direkter kan het haast niet.

Ik begin nu toch wel erg houvast te verliezen en spoor vrienden en bekenden aan de test ook in te vullen. Binnen 1dag komen de reacties. “Natuurlijk ben ik s’nachts wel eens wakker, want dan moet ik plassen”, schrijft een van mijn dierbaren. Kijk dat is weer zo’n ontwapende antwoord dat zo’n test validiteit weer direct in twijfel trekt. “Natuurlijk ben ik wel eens depri want de zon wil maar niet komen”, meldt een ander. En daarmee wordt ineens een context variabele geïntroduceerd. En die geeft ineens meer betekenis. Vragenlijsten met een leading titel en een contextloze inleiding zijn onbruikbaar. Het is niet eens de sociale wenselijkheid, immers bij het depri onderwerp is het onderhand sociaal wenselijk om juist wel depri te zijn, maar de extreme neiging om wat complex is, te vervatten in simpliciteit maken dit soort testen waardeloos. Life is not simple.

Vroeger schreven mensen elkaar brieven en vertelden wat ze hadden meegemaakt, hoe ze zich voelden, en waar ze naar verlangden. Tegenwoordig ‘fragmenteren’ ze door middel van woordflarden via gesprekjes,twitter, sms of email en blogs hun gevoelens. En natuurlijk zijn die weer een reflectie van de ervaren werkelijkheid. Kijk maar eens voor een realtime verslag op www.wefeelfine.org . Geen vraagstelling komt er aan te pas, alleen maar de registratie van feelings. Werkelijk een prachtige site. De uitkomst van mijn depritest geeft aan dat ik direct hulp moet vragen. Dat doe ik natuurlijk niet want ik ben zo gezond als een vis. Nee, dit soort testen laat ik schieten. Het zijn verstopte paaseieren, gericht op het verzamelen van commerciële leads of informatie en zonder enige waarde. Het is goed dat in ons vak een stroming op gang komt van narrative research. Verhalen , geschreven door betrokken mensen in hun eigen gekozen context. Het is nog een hele klus die goed te analyseren. Maar die software is onderweg. Ondertussen ga ik nog even surfen op we feel fine, op zoek naar (h)eerlijke ervaringen.

Praat mee

*