Lopend vuurtje

Ik was deze week op bezoek bij een zorgverzekeraar. Medewerkers aldaar lopen met een bewegingsapparaatje dat bijhoudt of je voldoende beweging geniet. Je draagt het gewoon bij je, in een broekzak of aan je riem, en de rest gaat vanzelf. Je kunt vast de data uploaden en dan houdt het programma voor je bij of je een actief of juist passief bent geweest. We worden langs steeds meer maten gemeten, en soms staat me dat tegen. Mijn tandenborstel piept als ik voldoende lang heb gepoetst, mijn telefoon registreert hoeveel kilometer ik gewandeld of gerend heb en waar, en mijn weegschaal geeft het % meer of minder gewicht in vergelijking met de vorige weging aan. 

De markt voor zelfmeting is oneindig in beweging, onder het motto ‘meten is weten’. Als rechtgeaarde onderzoeker ga je smullen van al die data, maar toch bekruipt me het gevoel dat zo’n overkill aan data een verzadigingspunt moet kennen. En dan wil je eigenlijk alleen maar even resetten.

Afgelopen dinsdag was het weer zover. Ik had geen acute afspraken en ben gewoon een dag gaan wandelen. Niet voor de lol, want latent loopt in mijn achterhoofd de noodzaak van het volbrengen van een wandeltocht van 100 kilometer mee: de Oxfam Novib trailwalker op 5 en 6 juni a.s. De trailwalker volbrengen dwingt je om te trainen, want 100 km in 30 uur is geen kinnesinne. Daar komt nog bij dat de trailwalker een teamprestatie is. Vier man/vrouw vormen een team en lopen ieder de 100 km afstand. En daar zit nu net de kneep: twee triggers helpen om de data in een relevante context te zien: andere mensen, en een doelstelling. Een mens spiegelt zich nu eenmaal graag aan anderen (gelijkgestemden) en meten is weten is leuker als je naar een doel toe werkt.

Ik besloot te wandelen op de Veluwe. De eerste 30 kilometer liep ik solo, over moeizaam begaanbare paden, want dat schijnt kenmerkend voor de trailwalker te zijn: veel los zand, en weinig asfalt. Ik kwam welgeteld één schaapskudde met herder tegen, en een enkele fietser en dat was het dan ook. Geen telefoon, geen twitter, geen e-mails en geen sms. De tweede 30 kilometer ‘s middags liep ik met mijn vrouw. Ik kon heerlijk klagen over pijntjes en kwalen, want dat doe je in je eentje niet.

Na een lange dag wandelen liepen we precies onder de dodenherdenking Otterlo binnen. De schreeuwlelijk hebben we niet gehoord. Maar nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje: ‘s Avonds bij de TV werd het ons duidelijk wat er gebeurd was. Een bekende Amsterdamse zwerver die in zijn eigen wandelgebied even zichzelf kwijt was, ontregelde de traditionele herdenking. De volgende ochtend had ik overleg met een aantal adviseurs, van wie er een vlakbij de plaats delict had vertoefd. Hoe dichter je bij de man in kwestie stond, des te rustiger iedereen bleef vertelde hij. De schrik zat er goed in bij die mensen die afgingen op indirecte waarneembare informatie. Wij zijn een onrustig volkje aan het worden niet in de laatste plaats door de enorme media-aandacht zodra er maar iets afwijkends gebeurt. 4 Mei was een rustige dag in mijn loopbaan. Hoewel, je kunt geweldig fantaseren en dromen op zo’n tocht. Maar daarover later meer! Misschien heb ik wel iets heel afwijkends bedacht. Maar dat ga ik nog niet aan de social media wilg hangen.

Laat wat van je horen

*