Mijn oog valt op een artikel in Trouw over ontwikkelingshulp aan arme landen. Het rapport van de WRR, dat 18 januari a.s. zal verschijnen, gaat over de goed bedoelde maar niet altijd even effectieve hulpacties van particulieren in ontwikkelingslanden. Het triggert mij omdat precies 7 jaar geleden een van mijn sabbatical hoogtepunten zich in Kenia afspeelde.
Oud medewerker Tom van Veen was een jaar of wat daarvoor naar Kenia geëmigreerd, en getrouwd met Winnie. Tijdens mijn 14-daags verblijf in Thika ontstond het inzicht dat in het arme Thika wel het nodige aan hulpacties zou kunnen gebeuren. Terug in Nederland herinner ik me dat we met een groep van enthousiaste medewerkers lang hebben nagedacht over de aard van de hulp. Immers, we kenden de kritieken van ‘professionele organisaties’ op goedbedoelde burgerinitiatieven van niet gecoördineerde acties om lesmateriaal mee te nemen, bouwprojecten te starten, voedsel of water of sanitaire hulp te bieden, leiderschapsontwikkeling te doen, etc. etc. Ik weet nog dat een vriend van mij, werkzaam bij het ICCO, me meewarig aankeek toen ik enthousiast vertelde van de ‘hulp’ die we wilden optuigen voor Thika. Wat moeten marktonderzoekers nu in Kenia? Blijf bij je core business hoorde ik hem denken. Het heeft lang geduurd voordat we concreet een project gedefinieerd hadden, en dat kon uiteraard alleen maar in nauwe samenwerking met Tom en de Rotary ter plaatse waar Tom lid van was geworden. Jamhuri’s Children Home werd ons 4e lustrum project, en vanaf dat moment is er een flow van acties en energie op gang gekomen die groter is dan wat in het WRR rapport wordt beschreven. Hoewel ik me baseer op wat de Trouw redactie schrijft en dus nog niet het rapport heb gelezen ben ik van mening dat juist de kleine initiatieven grote impact kunnen hebben. Ik zal uitleggen waarom.
Al vrij snel nadat we kennis maakten met een aantal locals in Thika, ontmoetten we verschillende mensen waar we een klik mee kregen. Marnix en Rachel bijvoorbeeld. Marnix Huis in’t Veld was ter plekke toen we in 2005 startten met de bouw van de slaapzaal van het Jamhuri’s children centre, en hij bleek een fantastische ‘attractor’ in het spel wat zich zou ontwikkelen in de jaren daarna. Marnix was juist gestart met Macheo, een kleine organisatie gericht op het opvangen van weeskinderen. Gaandeweg bleek zijn ondernemerschap zodanig krachtig dat al binnen 1 jaar het plan werd opgevat om Macheo te laten groeien. Door dit initiatief raakte een van onze trouwe medewerksters, Annemieke Keizer, zo geraakt dat zij voor een groot deel, ook op eigen initiatief, doorging met de ondersteuning van Macheo. Inmiddels hebben we (Annemieke en MR) de opbouw van een heuse boerderij gesponsord door een aantal koeien te schenken. De eerste koe heeft gekalfd en de draad ontwikkelt zich verder. Ook heeft Macheo inmiddels medewerkers (locals) en vrijwilligers (NL) in dienst en aan het werk, en is er een echte community ontstaan. Voor mij is dit een voorbeeld van immersion. Van binnen uit iets laten ontstaan, faciliteren, stimuleren en connecties blijven leggen. Succes staat of valt met het leggen van verbindingen. Die kun je niet altijd orkestreren. Die ontstaan spontaan.
Mede dankzij internet kan dit verhaal weer meer mensen bereiken en zal de ontwikkeling van kinderen in Thika verder gestimuleerd kunnen worden. Of daar een code of conduct, zoals het WRR voorstaat, voor nodig is weet ik niet. Mensen met het hart op de goede plaats en een moreel kompas zijn toch het stimulerende voorbeeld voor anderen?