Mensen die ouder worden consumeren meer zorg. Nu is het fenomeen ‘consumeren’ iets dat de laatste jaren onder druk staat. Het begrip consumeren was in de jaren zeventig en tachtig hip en sexy, en levert in de jaren na het millennium steeds meer fronsende wenkbrauwen op.
Consuminderen is het woord dat nu opgeld doet net als ‘duurzaam consumeren’ trouwens. Zo langzamerhand is elke Nederlander een bepaald moment weleens op ‘terecht’ gewezen op zijn consumptiegedrag. Of het nu over alcohol, sigaretten, voeding of uitgaanspatroon gaat, steeds vaker krijgen we te horen “of-et-niet-een-beetje-minder-kan”.
Marketeers, en daar reken ik mij ook toe, worden steeds opgewondener over de mogelijkheden die ‘de zorg’ biedt. De ouder wordende consument, die dan weliswaar aan het consuminderen moet, lijkt in elk geval een grote kans te hebben om meer ‘zorgdiensten’ af te moeten nemen, gewild of ongewild. Maar anderzijds zijn er de zorgaanbieders die aan alle kanten worstelen om hun ‘aanbod’ aan zorgdiensten zo goed mogelijk afgestemd te krijgen op de zorgconsument.
Zorg is hip en sexy, en omdat het een steeds dynamischer werkveld wordt, storten meer en meer strak en ambitieus geklede lieden zich op de zorg’markt’. Het is net als twitter, op een gegeven moment is het ‘hip’ om te laten zien dat je ook iets met zorg hebt. Maar waar twitteren ze dan over? Dat het allemaal veel efficienter moet? Of anders? Of innovatiever?
Ik ben getrouwd met een vrouw die lid is van de clientenraad van een psycho geriatrisch zorgcentrum. Ik ben getrouwd met een dochter van een man (weduwnaar) die al sinds zijn 67e, nu 18 jaar, aan het dementeren is. Ik ben getrouwd met een mantelzorgster die bijna dagelijks zorg toevoegt aan de zorginstelling in kwestie. En die zich druk maakt, opwindt, gefrustreerd raakt en af en toe compleet in de war is.
Van binnenuit ziet de zorg er heel anders uit dan de hippe marketeer veronderstelt. Heel naar en somber zelfs. Heel beangstigend soms, heel dramatisch ook. Zo zeer afstotend dat ik me weleens afvraag of de client wel een consu’menswaardig’ bestaan heeft daar.
Af en toe ga ik mee. Soms fotografeer ik het uitzichtloze uitzicht vanuit de slaapkamer. Of loop ik door de akelig stille gang waarop levenloze mensen op bed in hun eenpersoonskamers liggen weg te kwijnen. Sinds zijn opname, ruim 2 jaar geleden, roept mijn schoonvader “ik voel me ziek, ik ben zo ziek, wie helpt mij”. Tientallen keren per dag, honderden keren per week, duizenden keren per jaar. Soms vragen we ons af of de diagnose Alzheimer wel klopt, of het niet wat anders is geweest, zoals een toeval bijvoorbeeld. Wat is menswaardig als de mens ziek is, niet meer weet wat voor leven hij leidt, c.q. lijdt.
Zorg is niet leuk, wel pure noodzaak. Ik word er triest van, maar troost me met de gedachte dat er veel zorgzame mensen/medewerkers zijn die iets over hebben voor een ander. Voor wie geld niet het belangrijkste is, voor wie het geven van aandacht en liefde onvoorwaardelijk is. Als je je dat realiseert dan heb je nog maar 1 missie in het leven (als marketeer): die zorgzame mensen helpen, supporten, ondersteunen, empoweren. Dan wordt de wereld misschien toch een beetje beter. Oh ja, en of daar een “levenseindedokter” bij hoort, moet ik nog eens goed overdenken.