Onderzoek Kunst

In het begin van de zeventiger jaren kocht ik voor pakweg 30 gulden een dubbel LP van Procol Harum. Het was een van mijn eerste LP’s en ik was er buitengewoon trots op. Hoewel ik mijn eigen decision making unit was, ontstond na de aankoop de nodige dissonantie omdat mijn moeder de prijs/kwaliteitverhouding in twijfel trok. Dat mij dat weer aan het twijfelen bracht, zegt zowel iets over mijn moeder, als over mijzelf, maar doet voor dit verhaal niet ter zake. Waar ik naar toe wil is het volgende.

De mannen van Procol Harum waren niet enig in hun soort. Pink Floyd, Yes, Emerson Lake and Palmer, allen behoorden tot een nieuwe generatie die de typering ‘klassiek progressieve rock’ mee kreeg. Deze vorm van haast elitaire muziek onderscheidde zich van de muziek die voor entertainment doeleinden werd gemaakt. In die zin werd klassiek progressieve rock een vorm van Kunst genoemd. Die parallel van ‘ kunst’ versus ‘entertainment’ muziek trek ik graag door naar onderzoek. Ik mis namelijk steeds vaker de kunstcomponent in onderzoeksprogramma’s.

Het lijkt wel of iedere poll, peiling of steekproef tot muzak verworden is en dat we genoegen nemen met een behangfunctie van onderzoek. Je hebt er geen last van, het is functioneel, en het is sfeerverhogend. En aangezien smaken verschillen gaat het niet perse om de kwaliteit. Makkelijk in het gehoor liggend is het voornaamste criterium. Ik zie steeds meer ‘entertainment’ onderzoek opduiken, en de ene onderzoekspublicatie lokt de andere uit. Afgelopen week ging het weer over ‘kwaliteitsbeleving’ van scholen en leraren. Niet geheel toevallig allebei eind augustus gepresenteerd, maar met verschillende onderzoeksvragen, en dus uitkomsten.

Nee, ik vind dat we de parallel tussen onderzoek kunst en klassiek progressieve rock maar eens moeten verdiepen, en een herwaardering van OnderzoeksKunst moeten nastreven. Een poging:

Kenmerken van progressieve rock:
1. lange composities (soms van meer dan 20 minuten) al dan niet opgebouwd uit suites
2. ingewikkelde, ondoorgrondelijke teksten met een maatschappelijke boodschap
3. gebruik van ongebruikelijke instrumenten en ongebruikelijke zangstijlen.
4. ongebruikelijke maatsoorten, ritmetechnieken, toonladders en afstemming
5. invloeden vanuit de klassieke muziek
6. visuele aspect zoals de podiumact, maar ook het artwork is opmerkelijk
7. gebruik van geluidseffecten

Nu een poging dit te transponeren naar Onderzoek Kunst:
1. onderzoeksprogramma’s waar longitudinale effecten weer centraal staan
2. rapportages geschreven in de vorm van een verhaal, en waarbij de respondent in zijn context als informant wordt geduid (als burger, als consument, als producent, etc.)
3. inzet van andere instrumenten dan online enquêtes of telefonisch onderzoek, maar mixed mode
4. het synchroon laten lopen van verschillende methodes gericht op meten van variaties
5. het opnieuw toepassen van antropologisch of linguïstiek wetenschappelijke inzichten of andere ‘natural sciences’  die verder gaan dan methoden en technieken van statistiek
6. multimediale performance in observatie, registratie, en presentatie
7. context effecten bij de presentatie van onderzoek (bijv. winkelcentrum geluiden bij een presentatie over retail shopper studies). Online-offline integratie etc. etc.

Begrijp me goed, Onderzoek als Kunst was er altijd en zal altijd blijven. Maar willen we er voor zorgen dat het niet helemaal in de hoek van de wetenschappers of (semi) overheidsinstellingen terechtkomt, dan is het zaak om deze stroming te herwaarderen en te herpositioneren.

Vandaag kreeg ik het MOA ‘programma’ op mijn bureau. Ik ga in april 2010 voor de MOAcademy de Marketing Intelligence Leiderschap 2 daagse verzorgen. Samen met Mario van Hamersveld. Ik verheug me er al op, en misschien draai ik Conquistador Procol Harum wel bij aanvang van de training.

Laat wat van je horen

*