Niemand is onmisbaar. Althans dat is de veelgehoorde kreet in het bedrijfsleven. Medewerkers komen en gaan en de organisatie pakt vaak sneller dan verwacht de draad weer op.
Deze zomer werd door minister Donner de onmisbaarheidsregel van kracht, als versoepeling van het afspiegelingsbeginsel. U weet wel: je hebt net een stel goede jonge mensen aangetrokken, vervolgens zit het tegen en dan moet je dezelfde goede jonge m/v weer laten gaan, terwijl je eigenlijk beter af was met het vertrek van een ‘lastige’ oudgediende.
Een recent gehouden peiling door Intermediair laat zien dat volgens hoogopgeleide medewerkers (en wie kunnen we het beter vragen ….) werkgevers geen benul hebben wie talent is en wie niet, wie onmisbaar is en wie niet. Het zal ongetwijfeld met de omvang van het bedrijf waar deze hoog opgeleiden werken, te maken hebben, want ik kan me niet voorstellen dat zoiets bij de P&O afdeling van bedrijven tot zeg 300 m/v niet in beeld is.
Maar wat is nu echt onmisbaar. Is het effect van onmisbaarheid dat de continuïteit verloren gaat? Dat het bedrijf er door failliet gaat? Een product of dienst geen goede aandacht meer krijgt? Kijk, in geval van een zzp-er lijkt me onmisbaarheid evident. Maar hoe zou het zijn in groepen van 5, 15 of 150? Zou er niet van nature een nieuwe ‘ordening’ plaatsvinden? Zou het positieve gedrag van de vertrokkene niet geadopteerd worden door de achterblijvers? Of zou het negatieve gedrag geadopteerd worden. Ik vraag me dat af omdat ik deze week mijn schoonmoeder verloor. Ze was een trusted brand (een vertrouwensmerk) met een hoge mate van onmisbaarheid.
Bij de start van MarketResponse in 1985 leverde zij een onmisbare bijdrage door de koelkast te leveren, die nog jaren dienst heeft gedaan. Ook leverde zij een onmisbare bijdrage door haar dochter op de wereld te zetten, thans mijn vrouw die voor het noodzakelijke evenwicht en tegenwicht zorgt in de relatie met een onderzoeker als ik ben. En tenslotte blijkt het merk ‘oma’ en ‘schoonma’ ook een inspiratiebron te vormen. Een familie gaat zonder echtgenote, moeder, schoonmoeder en oma verder. Maar de overdracht van waarden en normen en gedragingen resoneren nog lang na. Zou het ook zo met organisaties gaan? Welke rol heeft de schoonmoeder van en in de organisatie. Is zij een trusted brand of juist een heel ander personage? Een mooie vraag voor een stil moment de komende dagen. Margje (mijn schoonmoeder), kind van het licht, werd als naam gegeven aan 15 meisjes in 2008. Ben benieuwd wat voor unieke karakters daar weer uitgroeien!