Opruiming

Het nieuwe jaar is alweer een week uit. Van diverse kanten ontving ik boodschappen, in de vorm van kaarten, tweets, pakketjes met lekkers, en ook 2 kleine boekjes. Die waren van reclamemakers. Reclamemannen hebben iets met presentatie. Zeker als ze tot de creatieve garde behoren. Ik heb beide boekjes voor me liggen en ze verschillen qua vorm en stijl, maar qua inhoud etaleren ze dezelfde boodschap: alles is anders. In het ene, fel gekleurde, roze boekje dat als titel heeft ‘veranderen’ kom ik witte pagina’s tegen met telkens zo’n plaksticker in de trant van “hier: prijspakker” met daarop een spreuk en een naam. Iedere medewerker zijn eigen pagina. De bladzijden, die met een scheurrand aan elkaar verbonden zijn, moet ik een voor een losmaken, en daarbinnen vind ik de boodschap die over ‘veranderen’ gaat. Leuk gevonden, maar ik scheur niet netjes af, zo blijkt na 3 pogingen, dus mijn boek ligt al snel met vouwen en kreukels ter linkerzijde. Op naar het volgende exemplaar. Ik pak het boekje, zwart-wit, en ontwaar 1998. Kennelijk een betekenisvol jaartal voor de schrijver. Binnenin allemaal polaroids die, na lezing van de begeleidende brief, uit de opslag waren gekomen en nu de inspiratie vormden voor een genummerd exemplaar in een oplage van 250, onder het motto ‘nieuw elan’. Nu de hamvraag. Wat is de kans dat deze boekjes mee mijn tas ingaan, thuis uit de poststapel blijven, via de leesmand op mijn werkkamer terechtkomen, en in het voorjaar bij de opruiming in een kast belanden? En voor hoe lang? Tegenwoordig skype ik thuis veel en dan is het beeld achter mij er een van een landschap van boeken in een tamelijk informeel georganiseerde boekenkast. Komen deze boeken juist ‘in beeld’ net als de graag opvallend wuivende supporters in beeld komen als een sporter wordt geïnterviewd na een wedstrijd, of verdwijnen ze in een stille hoek. En blijven ze ook 12 jaar staan op dezelfde plek in de boekenkast. Ik ben bang dat ik het antwoord wel weet. Ze zullen geruisloos verdwijnen. Maar hoe? 

The big evil is onze hulp die, in eendrachtige samenwerking met vrouwlief, op gezette tijden rigoureus door het huis gaat. Alles wat onbestemd is gaat weg. Na de kerst is dat makkelijk, want de kerstboom ligt al buiten, de kersttijdschriften al bij het oud papier, en de doos van het kerstpakket doet dienst als verzamelplaats voor allemaal bonnetjes, treinkaartjes, visitekaartjes, notitieblokjes die ik het afgelopen jaar zo trouw had weggeborgen in een schaal op de slaapkamer. Weg ermee. Zo ben ik een jaar of wat geleden het collectors item aller mannendromen kwijtgeraakt, namelijk het eerste nummer van de Nederlandse Playboy. Die kwam in mei 1983 uit en, omdat ik als projectleider destijds bij InterView zijdelings aan het testmarkt onderzoek mee had gewerkt, had ik al meer dan 25 jaar dat Playboy babynummer in huis. Niet dat ik daar nog in keek, maar het feit dat ik zo’n exemplaar in huis had, gaf wel een soort gevoel van ‘ik was erbij’. Met de verhuizing van 2 jaar geleden heb ik in een onbewaakt ogenblik het zicht op Frau Antje (de cover van de Playboy in kwestie) verloren en was het gedaan met mijn bezit. Eigen schuld dikke bult. Een duurzaam bewaard nummer komt in de recycling terecht.

Deze recente boekjes van reclamemakers gaan over veranderen. Of die in de kast komen blijft de vraag. Ik ga wel alles uit de kast halen om opruimvoornemens te realiseren dit jaar. Heb ik het toch zelf in de hand.

Praat mee

*