Uit het rapport Secularisatie in de jaren negentig van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) komt de voorspelling dat in 2010 nog slechts 22 procent van de Nederlanders kerkelijk zal zijn, 13 procent rooms-katholiek, 5 procent hervormd en 4 procent gereformeerd.
Een ferm statement dat we deze week mooi kunnen toetsen aan de hand van de nieuwste CBS rapportage getiteld: religie aan het begin van de twintigste eeuw.
Uit het lijvige rapport komt de conclusie dat 58% zich nog behorende tot een kerkelijke gezindte rekent, 30% katholiek, 10% Nederlands hervormd, 4% gereformeerd, 5% PKN (Protestantse Kerk Nederland), 4% Islam en 5% andere gezindte. Dat is natuurlijk wel even een flink verschil met de prognose van een jaar of 10 geleden. Even los nog van het feit dat de antwoordschaal is uitgebreid door de categorie PKN (op zich al een column waard wat dat doet met uitkomsten).
In mijn eerste jaar bij Interview (1981) werkten we al met de CBS vraagstelling die geen tweetraps vraag is zoals die van het SCP. De verschillen zijn immens. Het maakt nog al een verschil of je eerst met ja of nee moet antwoorden (beschouwt u zich behorende tot een kerkgenootschap) of dat je de vraag krijgt waar alle antwoordcategorieën inclusief ‘geen’ zijn meegenomen. Het schijnt dat beide instellingen er voor kiezen al jaren de verschillende vraagstellingen te blijven hanteren, waardoor onderlinge vergelijking niet zinvol is. Maar wat hebben we hier nu eigenlijk aan?
Ik heb het rapport gescand (144 pagina’s) en kom tot de bevinding dat het een gedegen beschrijving is van sociaal maatschappelijke trends, maar dat de fijnmazigheid zodanig afwezig is, dat ik me afvraag wat we er in een tijdperk van one-to-one en many-to-many aan hebben.
Voor de grap heb ik de diverse kranten van vandaag er eens op nageslagen. Vanzelfsprekend gaat Trouw er diep op in, en zoomt in op vele onderdelen van het rapport, en het hoofdstuk ‘vertrouwen’ krijgt extra aandacht: gelovigen hebben meer vertrouwen. Het grootste vertrouwen in de medemens is te vinden onder PKN-leden. Bijna driekwart van hen is het eens met de stelling ‘de meeste mensen zijn wel te vertrouwen’. Van de gelovigen van andere gezindten vindt de helft dat de meeste mensen te vertrouwen zijn. Ter vergelijking: “van de niet-westerse allochtonen heeft 36% vertrouwen in de medemens”.
De Telegraaf kopt precies het tegenovergestelde namelijk dat religie weinig invloed heeft op de leefsituatie van de Nederlander.
De NRC schuift de aandacht juist naar de moslims en diens afnemend moskee bezoek.
Kortom, zoveel kranten, zoveel zinnen. Jammer dat geen van de kranten naar Kaski verwijst. Het expertise centrum beschikt over buitengewoon veel informatie over religie in Nederland.
Wat me het meest bezig houdt is dat het in het tijdperk van de multimedia nog niet mogelijk is om echt vast te stellen hoeveel mensen er op een kerkdag de kerk of moskee bezoeken. Uit eigen ervaring weet ik dat zij die wel gaan, vaak zelf even zitten te tellen als men in het Godshuis is. En die aantallen variëren van enkele tientallen (‘s avonds of tijdens de zomer, tenzij de kerk in een toeristisch oord staat), tot meer dan duizend. Hoe lang duurt het nog of er komt een website waar de ruim 600 kerken en moskeen in Nederland wekelijks de bezoekersstand doorgeven. Lijkt me iets voor de ouderling van dienst of de koster. Retail organisaties sturen er op. Aantal bezoekers (of kopers), gemiddeld besteed bedrag (bonwaarde) en je hebt ‘de omzet’. Hoewel gemiddeld besteed bedrag gaat natuurlijk niet op, want het gaat hier niet om de collectewaarde. Eind 1984 haalde ik mijn NIMA-C examen met een scriptie over relimarketing. De ondertitel: Grace is given by God, but knowledge is born on the market. Het wordt tijd dat de wijsheid van de massa echt gaat spreken. Dan kan er ook fatsoenlijk beleid gemaakt worden. Op micro en op macro niveau.