Stuif es in

Was een heel populair jeugd Tv-programma van eind zestiger jaren tot in de eighties. Het werd in mijn beleving vanuit ‘t Spant in Bussum uitgezonden, en de immer nog actieve Ria Bremer hield toen al de vinger aan de pols. Als jeugdige kijker was Stuif es in een begrip, een merk, een ambitie. Op de lagere school hadden we een band geformeerd, De Micro’s, die verdienstelijk speelde op een sporadisch schoolfeest. Ook de jaarlijkse uitvoering van de plaatselijke zangkoren, waar mijn moeder weer de voorzitter van was, mocht op onze muzikale ondersteuning rekenen. Wij oefenden wat af. Elektronisch orgel/piano, trompet, accordeon, T-bas en drums. Een vijfmansbezetting dus. Op een goede (zater)dag na het bekijken van Stuif es in, ontstond het idee om het Stuif es in podium te bereiken. We namen een paar van onze toppers op ‘when the saints, muss ich denn’ en stuurden de cassetteband op naar Bussum. Wat zou het mooi zijn als onze envelop van de waslijn werd getrokken, zo fantaseerden we. Zonder fantasie geen energie, en zonder energie geen resultaat.

Dat het meer dan 40 jaar moest duren voordat ik echt op het podium van ‘t Spant zou staan kon ik toen niet bevroeden. Wij waren teleurgesteld dat we destijds niet door de selectie heen kwamen. Ik weet nog goed de reden. In een brief van de organisatie stond als motivatie dat er al teveel muziekbandjes nummers hadden ingestuurd, en wij waren kennelijk niet onderscheidend genoeg. En dat terwijl onze bassist een echte Theekist (geïmporteerd uit Indonesië) had gebruikt om dat mooie basgeluid te kunnen produceren.

Door een toevallige omstandigheid, de medewerkers van SmartAgent waren in verband met het 10-jarig jubileum allemaal naar Istanboel, was ik de aangewezen ‘artiest’ om een presentatie annex workshop te geven over het imago en de communicatiemogelijkheden van de Dierenbescherming. Deze nobele organisatie had deze dag als jaarvergaderdag uitgekozen en een uitgebreid programma samengesteld. Hoewel mijn programmaonderdeel om 16.20 gepland stond, bleek bij aankomst dat mijn workshop pas om 17 uur zou starten. ‘Dat was het tijdstip waarop Stuif es in ook altijd begon’, meende ik me te herinneren. Dierenbeschermers zijn aardige mensen. Veel vrouwen, veel vrijwilligers en veel compassie met dieren, vanzelfsprekend. En, wat ik niet wist, een subsidievrije club. Om mijn wachttijd tot vijf uur te doden bladerde ik even door een afscheidsblad dat voor de voorzitter van de Raad van Toezicht Paul Smits was gemaakt. In het blad allerlei verwijzingen naar crises, hervormingen en veranderingen. Nieuwe plannen en nieuwe ambities. Zo’n organisatie, met leden, donoren en vrijwilligers, regio’s en disciplines, is niet eenvoudig te managen. De pluriformiteit is groot, zo ook de hoeveelheid communicatiemiddelen en boodschappen.

pimpelmeesMijn betoog ging daar echter niet over. Mijn doel was om 30 minuten en niet meer te besteden aan de vraag ‘wie ben ik, en wie is mijn organisatie’. De identiteitsvraag zou mensen meer bezig moeten houden dan de vraag wie anderen denken dat je bent. Toch leven we in een wereld die gaat over imago, perceptie, beeldvorming en illusies. En media die daar over rapporteren. Hoewel, de media dat zijn wij geworden. Ik zag mij zelf optreden bij Stuif es in voor het goede doel van de Dierenbescherming. Op de slotslide een foto van de pimpelmees bij ons huis foto) die uitvloog afgelopen Pinksteren. Illustratief voor dit verhaal. Stuif es uit!

Laat wat van je horen

*